
Waarom we de oude badkamerverlichting vervangen door IP55-infraroodverwarmers
Als je ooit een van die ouderwetse halogeenverlichtingen in je badkamer hebt gehad, weet je hoe het werkt. Ze werken een tijdje, en daarna – plop – werken ze niet meer.
Het probleem is simpel: badkamers zijn vochtig. Stoom en vocht dringen het apparaat binnen, waardoor de elektronica beschadigd raakt. Hierdoor zit je dan in een koude ruimte. Precies daarom kiezen we nu voor IP55-infraroodverwarmers.
Wat betekent “IP55”?
In feite betekent dit dat het apparaat bestand is tegen vocht. Door de sterke stoom die vrijkomt bij een hete douche en de af en toe optredende spatjes water, is een gewone lamp totaal ongeschikt voor deze omgeving. We zorgen er dus voor dat het water de bedrading en de verwarmingselementen niet kan bereiken. Dit voorkomt corrosie, waardoor die goedkope verlichtingsapparaten meestal al na een jaar kapotgaan. Het is gewoon een slimmer manier om apparaten te maken die geschikt zijn voor vochtige ruimtes.
De kracht van infraroodstraling
Het beste aan infraroodverwarmers is dat ze niet alleen de lucht rondom je verwarmen, maar ook jouzelf en de oppervlakken die je aanraakt. Zodra je de schakelaar indrukt, voel je meteen de warmte. Je hoeft niet te wachten tot de hele ruimte op temperatuur komt. Omdat we kortegolflampen gebruiken, hoeven deze apparaten geen grote afmetingen te hebben om voldoende warmte te leveren.
Enkele zaken om in gedachten te houden
Het is echter geen simpele ‘plug-and-play’-oplossing. Er zijn een paar dingen waar je rekening mee moet houden. Ten eerste verbruiken deze apparaten meer energie dan een gewone lamp. Zorg ervoor dat je leidingen het vermogen aankunnen, zodat je geen oververhitting van de leidingen krijgt. Bovendien zijn deze apparaten wat zwaarder dan de oude lampen. Zorg er dus voor dat je plafondbevestigingen sterk genoeg zijn om het extra gewicht te dragen. Nog een tip: als je zo’n apparaat in een kleine doucheplaat installeert, kan de warmte zich snel opstapelen. Het is dus belangrijk om een goede ventilator te gebruiken, zodat het er niet te heet wordt.
Het is wel een klein compromis: je krijgt immers meteen warmte, maar je moet wel ervoor zorgen dat de lucht goed circuleert.